
Het gaat te ver om op deze plaats het hele verhaal uit de doeken te doen, maar ik wil jullie kort iets vertellen over mijn persoonlijke motivatie. Mijn drijfveer om deze uitdaging aan te gaan. Als ik aan mensen mijn verhaal vertel zeggen ze vaak dat ik er een boek over moet schrijven. Een boek over de gebeurtenis die op 16 juni 2005 mijn leven zo ingrijpend veranderde dat ik het af en toe nog niet kan bevatten. De afgelopen vijf jaar voelen inderdaad vaak als een boek, maar dan helaas wel een boek dat ik het liefste dichtsla, wegleg en nooit meer naar omkijk. Maar dat is onmogelijk. Onmogelijk omdat ik minimaal drie keer per dag aan die gebeurtenis die zo ingreep in mijn leven, in ons leven, het leven van mij en mijn gezin, wordt herinnerd. Drie keer per dag, trouw tot bijna op de minuut, slik ik mijn medicatie. Medicatie die mij in leven houdt. Medicatie die ik mijn hele verdere leven (dus hopelijk nog lang...) moet slikken. Medicatie die mij bij het innemen echter ook telkens herinnert aan die donderdag in juni in 2005 en de lange, zware tijd erna. Soms maar een paar seconden, maar soms ook langer, veel langer..
Geboren met een hartafwijking (vernauwde hartklep die op mijn 14e preventief werd verholpen maar waardoor deze wel ging lekken) ben ik op 16 juni 2005 namelijk op 36-jarige leeftijd na een preventieve operatie aan mijn aorta ascendens, die al anderhalf jaar gepland stond en in die tijd twee keer was uitgesteld omdat er geen spoed bij was, door de desbetreffende artsen (wat overigens, zo bleek anderhalf jaar later, andere artsen waren dan diegene die mij gepresenteerd waren en waarmee ik als patiënt accoord was gegaan..) die de operatie hadden uitgevoerd, opgegeven. Zomaar. "Ze konden niets meer voor mij doen", was hun commentaar aan het einde van de dag. Zonder enige uitleg, verklaring of zelfs maar mijn hersenfunctie´s te hebben getest waren deze artsen (die ik van te voren nog nooit had gezien of gesproken...) na afloop van de operatie van mening dat ik " tijdens de operatie feitelijk overleden was." Aan mijn vrouw, die destijds hoogzwanger was van ons tweede kind, werd tot driemaal toe het advies gegeven om de medische apparatuur te beëindigen...
Zo liep ik relatief gezond (geen enkele klacht vandaar ook geen spoed en twee maal uitgesteld. De operatie was dan ook bedoeld ´om klachten in de toekomst te voorkomen...:Ik had notabene daags voor de opname nog 40km op de mountainbike gefietst´) het desbetreffende ziekenhuis in Nederland binnen en zat daags voor de operatie met vrienden op een bankje voor het ziekenhuis nog een ijsje te eten en zo werd een dag later geadviseerd om de apparatuur die mij nog in leven hield te beëindigen. Deze artsen gaven op...
Mijn motivatie om aan dit project deel te nemen mag dan ook duidelijk zijn. Op de dag dat de beklimming van de Mont Ventoux op de planning staat, 19 juni 2010 is het, op drie dagen na, precies vijf jaar geleden dat deze betreffende artsen opgaven, mijn vrouw (gelukkig) niet acoord ging met het beëindigen van de apparatuur en er vervolgens twee andere artsen in hetzelfde ziekenhuis wel de hulp van anderen inriepen, de mogelijkheid van een harttransplantatie zagen en er mede voor zorgden dat de artsen in het UZ Leuven mij een dag later onder hun hoede konden nemen.
Het was een lange en moeilijke strijd, niet alleen voor mij of mijn gezin, maar ook voor de artsen, verpleging, kinesisten en alle anderen die zich om mij en mijn hoogzwangere vrouw bekommerden vanaf het moment dat ik per helicopter in Leuven aankwam. Maar zij gaven niet op...
Op 21 juli 2005 onderging ik een harttransplantatie...
Op 10 augustus 2005 werd onze dochter in Leuven geboren...
Op 19 september 2005 kon ik in een rolstoel (patiënt kan 10 meter ´stappen´ was te lezen in het ontslagformulier) het ziekenhuis in Leuven verlaten om te gaan revalideren in de Lucas-kliniek in Hoensbroek waarna ik drie maanden later, na een intensieve en zware revalidatie, in december 2005 weer echt naar huis mocht.
In de afgelopen 5 jaar heb ik, door allerlei complicaties, meer dan 30 ingrepen ( de laatste ingreep, een ablatie, dateerd van 3 juni 2010) ondergaan, lichte maar ook zeer zware. Maar het leven gaat verder en in een hoekje gaan zitten huilen is geen optie. Daar heb je uiteindelijk alleen jezelf, je vrouw en je kinderen mee..dus dat schiet niet op. Ik ben er nog, geniet van het leven en kan nu zelfs proberen een berg als de Mont Ventoux zover mogelijk te beklimmen. En dat omdat een ieder die aan ´t redden van mijn leven en mijn herstel heeft meegewerkt niet opgaf...
Mijn dank daarvoor zal nooit in woorden kunnen worden weergegeven!
En aangezien ik er vanuit ga (realistisch blijven..) dat de top van de Mont Ventoux voor mij dit jaar net een paar meter te hoog is, weet ik nu al dat ik het dan volgend jaar nog eens probeer en ´m dan wel bereik.
"Wie opgeeft, wint nooit"